“Molukkers zijn vaak bescheiden.”

Stanley

Wie wel eens in het wijkcentrum in Hatert komt, kent Stanley vast. Een bekend en vast gezicht in de wijk. Achter de bar. Druk in de weer. Altijd vriendelijk. Stanley gaat met pre-pensioen. Dit is dus de laatste kans om hem beter te leren kennen.

Stanley Tahalele (64) ontvangt me in, hoe kan het ook anders, het wijkcentrum in Hatert. Hij werkt hier. En hij woont ook in Hatert. Dat verhaal gaat al een lange tijd terug.

Molukse wijk

Stanley: “Ik ben in 1961 geboren in de barakken in Elst. Daar ving men toen KNIL-militairen met hun gezinnen uit Indonesië op. Mijn beide opa’s waren KNIL-militairen. Zij vochten met de Nederlanders tegen de Japanners. Na de oorlog, in 1951, werden zij op dienstbevel naar Nederland gehaald. Nederland had de verantwoordelijkheid om hen tijdelijk op te vangen.”
Omdat het verblijf langer duurde, bouwde men Molukse wijken in Nederland. De barakken waren niet geschikt om lang in te wonen. Een van die wijken kwam in Hatert. In 1963 verhuisde Stanley met zijn familie naar Hatert. Samen met 41 andere gezinnen.
Het idee van de Molukse wijk was duidelijk. Mensen konden zich omringen met mensen vanuit dezelfde cultuur en gewoonten. Dat had zijn voordelen. Het zorgde helaas ook voor minder contact met Nederlandse inwoners.
Stanley: “Vorig jaar hadden we een reünie. De wijk bestond toen 60 jaar. We merkten dat veel mensen het verhaal van de Molukkers die naar Nederland zijn gekomen, niet kennen.”

Opgroeien in Nijmegen

Stanley ging naar de Prins Willem Alexanderschool. Die stond op het plein waar nu de markt is. Na de basisschool ging hij naar de Martin Luther King MAVO in Lankforst.

Op zijn twaalfde verhuisde het gezin naar Zwanenveld. Stanley: “Dat was echt even wennen. Ik zat ineens alleen tussen Nederlandse mensen. Later werd dat voor mij heel normaal.” Zijn zoon Arendo is nu 21 jaar.

Hij heeft een relatie met zijn geliefde Charlotte. Zij werkt als zweminstructrice in het Erica Terpstrabad in Nijmegen. Charlotte woonde in de Topaasstraat. Daardoor verhuisde Stanley weer terug naar Hatert.

Beheerder wijkcentrum

Tien jaar geleden begon Stanley als beheerder in het wijkcentrum Hatert. Daarvoor werkte hij in andere wijkcentra in de stad. Stanley: “Het fijne hier is dat ik makkelijk contact maak. Met de Molukse gemeenschap, maar ook met andere bewoners. Mensen met een niet-westerse achtergrond voelen zich bij mij op hun gemak. Ik kan daar wat drempels weghalen.” De afgelopen jaren ziet hij meer diversiteit in het wijkcentrum. Steeds meer nationaliteiten vinden hun weg hiernaartoe. Stanley: “Molukkers zijn vaak bescheiden. Dat is een mooie eigenschap, maar soms doen ze zichzelf tekort. We mogen best wat meer lef tonen.”

Men zocht ook iemand die goed met jongeren overweg kon. Tien jaar geleden was er veel overlast door jongeren in de wijk en Stanley kon daarbij van betekenis zijn.

Gastheer

Stanley: “Mijn gemiddelde werkdag? Ik ben vooral gastheer. Ik ontvang de inwoners die het wijkcentrum binnenlopen. Ze hebben soms ideeën en vaak vragen, ik kijk dan hoe ik ze kan helpen. Soms gaat het over welke cursussen er worden georganiseerd, of iemand wil een zaal huren. Daarnaast draai ik bardiensten en ben ik verantwoordelijk voor het handhaven van de orde. Kortgezegd ben ik, samen met mijn collega’s, het aanspreekpunt voor inwoners en bezoekers.”

Pensioen

Stanley gaat vervroegd met pensioen. Hij is 64 jaar en kan dus 2,5 jaar eerder stoppen: “Ik vind mijn werk heel leuk. Eigenlijk voelt het niet als werk; het voelt als een hobby. Het is fijn om met mensen om te gaan. Dat blijf ik ook zeker doen na mijn pensioen, maar dan niet meer als professional. Charlotte en ik hebben al wel mooie plannen. We hebben namelijk een camper gekocht. Zie ook de foto hieronder. Heerlijk om straks op vakantie te kunnen gaan. In Nederland zijn er veel mooie plekken. En we zijn dol op Spanje. Misschien kopen we daar ooit een chalet, waar we naartoe kunnen gaan als we dat willen.”

En naar Indonesië en de Molukken? Stanley: “Daar ben ik ook al vier keer geweest, want we hebben daar nog familie. Ook mijn zoon is meegeweest. We hopen hier nog regelmatig naartoe te gaan. Het voelt echt als thuiskomen.”
En hoe voelt Nederland voor jou? “Als mijn tweede thuis. Je kunt je blijkbaar op twee plekken thuis voelen.”


Blijven zorgen

Stanley: “Misschien pak ik wel een nieuwe hobby op, zoals fotograferen. Verder wil ik ouderen helpen bij hun administratie, of door boodschappen voor hen te doen. Ik blijf sowieso sociaal betrokken in de wijk. Mijn moeder woont nog in Zwanenveld (88) en heeft mantelzorg nodig. Dat doe ik samen met mijn drie broers en zus. Dit doen we automatisch. Vroeger hebben onze ouders voor ons gezorgd, nu is het onze tijd om wat terug te doen. We doen dat met liefde en het geeft echt voldoening.”

De nieuwe camper
Jongeren uit de wijk in de jaren ‘60.
In de Geeresteinstraat, voor het ouderlijk huis.